Mainstream | Manchester | Marquee Club | Marshall.

Mainstream:

Mainstream (letterlijk vertaald: heersende stroming) is een algemene aanduiding voor muzikale stromingen zonder scherpe randjes die met name interessant zijn voor een grote doelgroep, of een activiteit die op een overduidelijke manier aanwezig is in onze maatschappij (bv Kunst). In het muziekjargon wordt dit omschreven als middle of the road of fm rock: er wordt op veilig gespeeld door in te spelen op de vraag van de grote massa. Hierdoor is Mainstream het tegenovergestelde van Underground.

Manchester:

Ooit was het een duistere en troosteloze stad. De voorbije vijftig jaar heeft Manchester echter z’n groezelige en industriële imago voorgoed van zich afgeschud. Manchester heeft een oppervlakte van 115,7 vierkante km en is met 452.000 inwoners de op vier na grootste stad van Engeland. Het wordt in heel de wereld gezien als het archetype van een textielstad, mede omdat Vlaamse wevers er zich vestigden. Sinds de jaren zestig heeft deze voormalige industriestad een resem groepen afgeleverd, die zowel nationaal als internationaal succes wisten te oogsten. Manchester werd eind jaren tachtig het hippe centrum van de Popmuziek (Oasis, The Farm en Elbow), eerder was het eveneens de thuisbasis van bands als Bee Gees, Hollies, Smiths en Joy Division. De nachtclub The Haciënda (ook bekend als FAC51 Haciënda) werd wereldberoemd, het was bv de eerste club buiten Amerika die in 1986 al House muziek draaide. Er ontstond tevens een dansbare vorm van gitaarmuziek, die ook wel de Madchester werd genoemd. De nachtclub kende echter een turbulente geschiedenis, in 1997 sloot eigenaar Tony Wilson -die de club overigens samen uitbaatte met de leden van New Order- de deuren. Wilson was overigens de oprichter van het platenlabel Factory Records, ze brachten platen op de markt van prominente groepen als Happy Mondays, O.M.D., James, Joy Division en uiteraard ook New Order. Het label paste een exceptionele vorm van catalogisering toe: waarbij ieder album, kunstwerk of andere merchandising van Factory een uniek nummer kreeg. Dat begon met FAC, gevolgd door een referentienummer. Factory Records ging failliet in 1991, het merendeel van de artiesten vond vervolgens onderdak bij London Records.

Marquee Club:

The Marquee werd in 1958 opgericht door Harold en Barbara Pendleton. De beroemde muziekclub kende een bewogen geschiedenis en verhuisde enkele keren van locatie. Op 19 April 1958 (dag dat de deuren voor het eerst opengingen) was de club gevestigd op Oxford Street 165, Londen. Op 13 Maart 1964 verkaste de uitbating naar z’n meest bekende ligging, namelijk Wardour Street 90. Tegenwoordig kan je de club bezoeken op 14, Upper St. Martin’s Lane (Londen-Soho). The Marquee speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne Pop- en Rockmuziek en was tevens een essentiele en interessante ontmoetingsplaats voor zowel muzikanten als filmmensen. Het was in de jaren zestig de plaats waar heel wat Britse bands groot werden: Pink Floyd, Led Zeppelin, Kinks, Who en The Stones (het was de eerste club waar Jagger en co optraden). Indien de Marquee niet had bestaan, hadden sommige Rockgroepen wellicht nooit iets van zich laten horen (de Pendletons stonden borg voor de promotie en ontwikkeling van sommige bands). In de jaren zeventig kregen Punk en New Wave er een podium, met namen als Joy Division, The Clash, The Police en The Sex Pistols. Harold Pendleton lanceerde in 1961 het National Jazz Festival in Richmond, de voorloper van de Reading en Leeds festivals.

Marshall:

Marshall Amplification is een Brits bedrijf (gelegen in Bletchley) dat bas- en gitaarversterkers bouwt. De firma werd in 1962 opgericht door drumleraar Jim Marshall, die twee jaar daarvoor in z’n garage was begonnen met het bouwen van een grote basgitaarversterker. De eerste versterkers waren de zogenaamde buizenversterkers opgebouwd rond elektronenbuizen en transformatoren. Het uitgangsvermogen bedroeg 50 Watt, de luidsprekerkasten werden bij aanvang uitgevoerd met twee luidsprekers van 12 inch. Daarnaast gaf de buizenversterker ook extra kleur aan het geluid. Marshall verwierf al snel een sterke positie door het ontwikkelen van steeds zwaardere versterkers. Hiermee speelde men in op de vraag van vroege klanten als Eric Clapton, Brian Poole (The Tremeloes) en Pete Townshend. Laatstgenoemde was in die periode opzoek naar een forse gitaarversterker, naar verluidt omdat hij het geluid van een Fender te ‘clean’ vond klinken. De Marshall versterkers waren niet alleen populair bij gitaristen, John Lord (toetsenist Deep Purple) gebruikte hem om z’n hammondorgel te versterken.

(pdg).