Demo | Dialectpop | Disco | Discjockey.

Demo:

Het begrip demo is afgeleid van het Engelse demonstration, het is een vroege en technisch niet perfecte geluidsopname van een lied(je). De term wordt vaak gebruikt voor opnamen in eigen beheer, al refereerde het vroeger voornamelijk naar het opnemen van ideeën (thuis, of in de opnamestudio). Vooral het internet -met name websites als Soundcloud, Myspace en VI- is een populair medium voor muzikanten om hun demo’s aan een groot publiek te laten horen. Meer en meer jonge artiesten omzeilen op die manier de grote platenlabels en zetten hun muziek op het wereldwijde web. Platenmaatschappijen hebben grote budgetten voor opnamen beschikbaar, in vergelijking met officiële cd’s kunnen demo’s soms dus matig van kwaliteit zijn. Toch zijn er genoeg voorbeelden van artiesten (Lily Allen, Kate Nash,..) die via zo’n demo de kans kregen om een platencontract te ondertekenen.

Dialectpop:

Popmuziek is van oorsprong fris en onconventioneel. Het is daarmee per definitie stads, op het platteland zijn de boeren namelijk kortzichtig en dom. Het is maar een kleine greep uit de vooroordelen waarmee Bennie Jolink te maken kreeg, toen hij zich als kunstschilder in Amsterdam begaf. Wie met een boerenaccent spreekt heeft in de grootsteden direct de schijn tegen. Het deed hem terugkeren naar zijn geboortestreek in de Achterhoek (Hummelo). Als oprichter en zanger van de roemruchte band Normaal, werd Jolink er de grote gangmaker van de zogenaamde Boerenrock in Nederland. Voertaal: het Achterhoeks. Vrouwen, drank en feesten waren vaak terugkerende fenomenen in hun teksten. Recht voor de raap, zo kon men de Rock & Roll ode aan het plattelandsleven van Normaal nog het best omschrijven. In 1977 werd hun debuutsingle “Oerend Hard” een landelijke hit. Het nummer gaat over motorrijden en een daaropvolgend ongeluk, in de omgeving van ’t Hengelse zand (een bosrijk gebied in Hengelo). Dialectpop werd vanaf het einde van de jaren zeventig een verzamelterm voor in het dialect gezongen Popmuziek. Nadat men al eeuwenlang levensliederen in eigen streektaal zong, ontstond er met name in Nederland een mengvorm van deze streekliedjes en Popmuziek. In de daaropvolgende decennia stonden er steeds meer dialectgroepen en artiesten op, denk maar aan De Kast en Twarres.

Disco:

Elementen uit de Disco waren begin jaren zeventig voor het eerst te horen in de discotheken, deze dansmuziek heeft invloeden uit de Funk, Soul en Salsa. Sly and The Family Stone (“Dance To The Music”), Stevie Wonder (“Superstition”) en Isaac Hayes (“Shaft”) stonden rond 1970 mee aan de wieg van het genre, net als de Philly-Soul overigens. “Soul Makossa” van Manu Dibango uit 1972 wordt door velen echter beschouwd als de allereerste Disco-opname. De term zelf werd voor een eerste keer gebruikt op 13 September 1973 in het artikel Discotheque Rock ’72: Paaaaarty!, geschreven door Vince Aletti van het muziekblad Rolling Stone. Bij aanvang waren de meeste Disconummers enkel bedoeld voor de Discotheek bezoekers, niet zozeer voor het grote publiek (meer bepaald de radioluisteraars). De commerciële hoogdagen van de Disco vielen samen met het succes van de film Saturday Night Fever. Zelfs artiesten als The Bee Gees, Rod Stewart en KISS bekeerden zich korte of langere tijd tot het genre. Donna Summer (the Queen of Disco) was de allereerste die een carriëre volledig op Disco baseerde en de stijl hiermee populariseerde. Ook grote artiesten als Abba, Queen, Elton John, The Rolling Stones en David Bowie lieten Disco-invloeden toe op hun platen. Er kwam ook een tegenbeweging op gang, muziekliefhebbers gingen zich nadrukkelijk afzetten tegen de Discorage. Deze aversie vond o.a. zijn weerslag in het nummer “Dancin’ Fool” van Frank Zappa.

Discjockey:

Een discjockey (afkomstig van het Engelse disc jockey) is van oorsprong een persoon die plaatjes draait, op de radio of op een podium (bv in de discotheek). Tegenwoordig wordt vooral de afkorting DJ gebruikt, of het Engelse woord deejay. Een vrouwelijke discjockey wordt aangeduid met de benaming djane. Een deejay in de radiostudio praat voornamelijk de plaatjes aan elkaar (praatje, plaatje) en is dus eigenlijk een presentator. De functie van een radio-dj is doorheen de jaren dan ook geëvolueerd, zodat deze zich meer op de inhoud van zijn programma kan focussen. Eén van de laatste oorspronkelijk dj’s op de Nederlandse radio is Ferry Maat. Ten tijde van Soulshow (1980) koos hij z’n eigen platen en draaide hij liefst zo veel mogelijk muziek. Op de typische ‘praatje-plaatjemanier’. Op het podium wordt van een dj verwacht dat hij verschillende platen en geluiden kan mixen tot een nieuw vloeiend geheel. Tiesto wordt gezien als één van de beste deejays ter wereld.

(pdg).