Chess Records | Columbia | Conceptalbum | Countrymuziek |Cuba.

Chess Records:

In 1947 kocht Leonard Chess aandelen van Aristocrat Records. Drie jaar later verwierf hij samen met z’n broer Phil de rest van de aandelen en werd het bedrijf omgedoopt tot Chess Records. De broers waren Poolse immigranten die zich hadden opgewerkt tot eigenaar van de mondaine Macomba Lounge Night Club in het Zuiden van Chicago. Een nachtclub met een zekere reputatie op het gebied van prostitutie en drugs. Chess Records was gevestigd aan 2120 South Michigan Avenue (Chicago). Het speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van de Chicago Blues. Muddy Waters, Howlin’ Wolf en Etta James zijn maar enkele van de artiesten die opnamen voor Chess Rec. (vaak met Leonard als productionele leider). In 1951 had het label al meteen z’n eerste nummer 1 hit te pakken, met “Rocket 88” van Jackie Brenston and His Delta Cats. Omdat er in die tijd maar een beperkt aantal platen per label op de radiostations gedraaid mocht worden, werd in 1952 ook Checker Records opgericht door Phil en Leonard Chess. In de jaren vijftig deden de broers het meeste van de productie zelf, een decennia later haalde ze Ralph Bass in huis voor de Gospel- en Blueszangers. Het bedrijf werd in 1969 overgenomen door het label General Recorded Tape, op het einde van datzelfde jaar overleed Leonard. Het restant van Chess werd in 1975 verkocht aan MCA Records (later bekend als Universal Music).

Columbia:

Columbia Records is één van de oudste platenlabels in de wereld. Het ontstond in 1888, toen muziek nog via een cilinder werd weergegeven. De naam is afgeleid van de plaats van oprichting, het Amerikaanse federale district Columbia (beter bekend als Washington DC). Bij aanvang was het een kleine maatschappij, die Edison-fonografen (de eerste mogelijkheid om geluid op te nemen en weer af te spelen) distribueerde en verkocht. In 1893 ging Columbia nauwer samenwerken met RCA/Viktor en General Electric Company, vanaf dat moment werden alleen nog maar wasrollen (een cilinder met aan de buitenkant groeven, die de audio opname bevatten) en later grammofoonplaten verkocht. De maatschappij begon in 1901 met de verkoop van de platte schijf, zeven jaar later werd de dubbelzijdige plaat geïntroduceerd. In 1931 fuseerde het Engelse deel met de Grammophone Company in de UK en ging verder onder de naam EMI. In 1948 bracht Columbia de long-playing microgroove (lp) op de markt, dit formaat (draaiende op 33 toeren per minuut) werd uiteindelijk de standaard wat betreffende grammofoonplaten. Vanaf het begin waren er twee formaten in de handel verkrijgbaar: 30 en 25 cm (12″ en 10″). Door de tragere snelheid en kleinere groefafstand kon er op een langspeelplaat veel meer muziek worden geplaatst, zo kon een 12″ plaat maximaal een halfuur muziek per kant weergeven. Bij een 10″ plaat was dat maximaal twintig minuten. Columbia Records werd het succesvolste platenlabel in Amerika, nadat het in de jaren vijftig Mitch Miller (“Tzena, Tzena, Tzena”) wegkocht bij het Mercury-label. Belangrijke muzikanten die in de latere decennia bij de maatschappij kwamen zijn o.a. Aerosmith, Billy Joel en Bruce Springsteen.

Conceptalbum:

De term conceptalbum was vanaf midden jaren zestig het ijkpunt, waar muziekkenners een onderscheid begonnen te maken tussen Pop en Rock. Er worden in zowat alle genres conceptalbums gemaakt, maar toch komt dit soort themaplaten opvallend vaak voor in de Progressieve Rock. Men classificeert deze lp’s in twee groepen: albums die voornamelijk tracks bevatten die thematisch sterk eenduidig zijn en platen waarvan de songs een verhaal vertellen. Tot de eerste categorie behoort o.a. “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band” van de Beatles, het centrale thema heeft niet meer om het lijf dan het idee dat The Fab 4 geïntroduceerd wordt als (de fictieve) Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Tot de tweede categorie behoort o.a. “Tommy” van The Who, het eerste muzikale werk dat expliciet als Rockopera werd betiteld. De grens tussen een ‘normaal’ album en een conceptalbum kan soms erg vaag zijn. Vooral bij platen die in zekere zin wel een algemeen thema hebben, maar toch niet een opzichzelfstaand verhaal vormen. Naast de muziek wordt ook de artistieke vormgeving van het album aangepast aan het thema, soms zelfs ook het uiterlijk van de artiesten.

Countrymuziek:

De oorsprong van de hedendaagse Country en Western situeert zich in de 18de eeuw, in die periode trok een smeltkroes aan nationaliteiten naar de ‘Nieuwe Wereld’ (Noord- en Zuid-Amerika) om daar een nieuw leven te beginnen. Veel immigranten brachten hun eigen instrumenten mee en na een week hard werken kwamen ze in het weekend bij elkaar om te ontspannen en samen muziek te maken. In eerste instantie ging het om dansmuziek. Naast de grote dansorkesten ontstonden later stringbands (in gevarieerde samenstelling). De aanzet tot de hedendaagse Countrymuziek wordt toegeschreven aan Jimmy Rodgers, de Father Of Country Music. Hij maakte z’n eerste plaatopname op 1 Augustus 1927 in Bristol (Virginia). “The Soldier’s Sweetheart” was een sentimentele ballade, B-kant “Sleep Baby Sleep” was een slaapliedje. De plaat had veel succes en datzelfde jaar werden nog meer opnamen gemaakt, waaronder de serie 13 Blue Yodels, getiteld “T. For Texas”. Rodgers overleed in 1933 op 36jarige leeftijd aan tuberculose. Ondanks z’n (te) korte carriëre bleek hij toch van grote invloed voor het genre. Aan het eind van de jaren dertig ontwikkelde de Carter Family zich tot één van de invloedrijkste groepen (ze hebben meer dan 250 liedjes op plaat uitgebracht). De muziek, die in de jaren dertig werd uitgewerkt, werd enorm populair en evolueerde in diverse richtingen. Eén van die subgenres was de Western Swing (de dansmuziek uit Texas en Oklahoma). Het was een mengsel van o.a. Big Band, Dixieland en Jazz. Bob Wills wordt gezien als de grondlegger van deze stijl, samen met zijn begeleidingsband The Texas Playboys. Hank Williams is dan weer één van de voornaamste artiesten van de moderne Country, Nashville en Bakersfield zijn de belangrijkste steden waar deze muziek tot bloei kwam. Country heeft traditioneel een verhalende tekst en drie eenvoudige akkoorden (couplet-refrein-opbouw).

Cuba:

De muziek in Cuba is ontstaan uit de samensmelting van West-Afrikaanse ritmes en Europese melodieën. Het waren de Spanjaarden die, rond 1512, elementen uit hun eigen sterke muzikale traditie meebrachten naar de zogenaamde ‘nieuwe wereld’. Het eiland Cuba stond meer dan drie eeuwen onder Spaans bewind, tot aan het einde van de 19de eeuw werd het gezien als de haven van het Spaanse rijk. De Spaanse bezetter liet, als één van de weinige Europese koloniale machten, hun slaven vrij in het maken van hun eigen muziek (en bijhorende dans). Instrumenten als gitaar en piano werden geïntroduceerd op het eiland, melodie speelde immers een centrale rol in de Europese muziek van die tijd. De Afrikaanse slaven voegde er trom en ritme aan toe. Later werden er in de Cubaanse muziek ook elementen opgenomen uit de Franse, Chinese, Jamaicaanse, Haitiaanse en Mexicaanse cultuur. Vanaf de 19de eeuw was een sterke Italiaanse invloed merkbaar. Vanaf de 20ste eeuw (na de coupe van Fidel Castro) belandden vele Cubaanse vluchtelingen in de Verenigde Staten, wat een Amerikaanse inbreng tot gevolgd had. De Cubaanse muziek, deeluitmakend van de Caraïbische geluidskunst, onderscheidt zich door vijf specifieke stijlen: Danzon (synthese van Franse Barokmuziek), Rumba (dansmuziek van de straat), Cancion (met een groot aantal zangsoorten), Guajira (ook wel de Cubaanse Blues genoemd) en Son (hun belangrijkste genre in de hedendaagse muziek). Dankzij de Buena Vista Social Club werd de muziek uit Cuba, eind jaren negentig, ook populair in onze kontrijen. Dit collectief werd gevormd door oude Cubaanse muziekhelden als Ibrahim Ferrer, Ruben Gonzalez en de Company Segundo.

(pdg).